|
|
 |
| Argentinie |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Op deze pagina beschrijven we onze ervaringen in Argentinie.
Naast ons reisverslag vind je hier een aantal links naar informatieve sites,
variërend van algemene informatie tot de adressen van de ambassades.
Inhoud:
Deel 1: Entre Rios en Missiones (14.10.04 - 02.11.04)
Deel 2: De Oostkust (30.11.04 - 06.01.05)
Deel 3: De Andes - I (22.01.05 - 04.02.05)
Deel 4: De Andes - II (14.02.05 - 13.03.05)
Deel 5: Het Noordwesten (14.04.05 - 26.05.05)
Deel 6: Los Lagos - II (30.12.05 - 11.02.06)
Deel 7: Afscheid (14.02.06 - 02.05.06)
Deel 1: Entre Rios en Missiones (14.10.04 - 02.11.04)
Geschreven door: Coen
Omdat Dorrit tijdens haar verblijf in Buenos Aires veel tijd met Noemi, een vriendin van Marcel, had doorgebracht zijn we samen met Marcel vanuit de haven naar het huis van Noemi en Sergio gegaan.
We hebben empanada's gegeten en bijgekletst. Noemi is Braziliaanse en sprak gelukkig Engels.
De volgende dag heb ik afscheid genomen van Marcel. We kwamen bij elkaar als onbekenden en gingen uit elkaar als vrienden.
Dorrit en ik zijn nog twee dagen in Buenos Aires gebleven en hebben de stad bekeken, op terasjes in San Telmo gezeten, door de winkelstraat gesjokt en s' avonds met Noemi en Sergio doorgebracht. De volgende ochtend zijn we dan toch vertrokken en hebben we onze eerste kilometers door Argentinie gereden.
In Zarate zijn we twee daagjes op een mooie camping aan de Rio de la Plata gaan staan om even aan elkaar toe te komen. Vanuit Zarate zijn we naar Gualeguaychu gereden, waar we een autoverzekering hebben gehaald. Het landschap was niet bijzonder indrukwekkend. Glooiend groen landschap met veel grote hacienda's vol koeien. Hier en daar zagen we een Argentijnse cowboy (een 'gaucho') te paard die kuddes koeien samendreef.
Volgend station was National park El Palmar dat prachtig ligt aan de rivier Uruguay en waar de oorpronkelijke begroeiing met palmbomen bewaard is gebleven. In het park waren ruines van een Jesuitenklooster te bezichtigen. De Jesuiten waren de eerste "Freedom fighters" die de oorspronkelijke bewoners wilden bekeren. Verder hebben we kleine krokodillen, een wilde struisvogel en vossen gezien en hebben we lekker met de honden gewandeld.
Via Concordia en Federacion, waar we in een thermaalbad hebben gelegen, zijn we de 1300 km naar de watervallen van Iguacu gereden. Onderweg nog een fantastische plek gevonden aan een wilde oever van de rivier Uruguay met rietkragen en een prachtige volle maan.
In Puerto Iguacu aangekomen hebben we eerst steaks gekocht voor de bbq s'avonds. Een kilo lendebiefstuk kost hier 3 Euro per kilo dus hebben we maar een Argentijnse gewoonte overgenomen en eten we veel steaks.
Er was een fantastische camping in het bos met zwembad, winkel en alles erop en eraan. Hier hebben we 3 dagen lekker niets gedaan behalve bijkomen van het rijden, bbq-en, klusjes en aan het zwembad liggen. De 3e avond hebben we de watervallen bij volle maan bezichtigd. De spectaculairste watervallen ter wereld ook nog bij volle maan te kunnen zien is geluk hebben...Kletsnat en onder de indruk kwamen we s'nachts op de camping terug.
De volgende dag hebben we Ulrich van de Braziliaanse grens opgepikt. Ulrich woont een half jaar in Curitiba in Zuid-Brazilie en we hadden bij de watervallen in Argentinie afgesproken. Met z'n drieen hebben we veel ge-bbq-ed, bijgekletst, zijn we naar het drielandenpunt Argentinie, Brazile en Paraguay gegaan en hebben we de fantastische watervallen van Iguacu bezocht. Het mooiste waren de watervallen bij de "duivelskeel" (Garganta del Diablo) waar het water dat eerst nog een brede rivier is als in een kom aan drie kanten naar beneden stort. 40000 kuub water per sekonde! Een andere trail ging bovenlangs de oneindige rij watervallen met prachtige uitzichten.
s'Avonds hebben we Spaans geoefend met een groep Argentijnse jongeren waar ik de avond ervoor al gitaar mee had gespeeld.
Ulrich moest de volgende ochtend terug naar Brazilie en Dorrit en ik zijn nog een dag het National park ingegaan. We hebben de trail onder langs de watervallen gelopen en hebben op een plateau vlak voor het naar beneden donderende water gestaan. De wind van het vallende water en de waterdamp floot ons met windkracht 10 om de oren.
Coen
Als je wilt, kun je hier klikken om eerst over onze ervaringen in Brazilie te lezen, voor je verder gaat met het volgende deel van het reisverslag over Argentinie.
Deel 2: De Oostkust (30.11.04 - 06.01.05)
Geschreven door: Dorrit
Over een hele hoge en 3 km lange brug (General San Martin) over de rivier Uruguay rijden we Argentinie binnen en overnachten weer in het plaatsje Gualeguaychu, waar de mensen erg vriendelijk zijn en boodschappen doen lang duurt, omdat je er met iedereen praatjes maakt. Dan gaan we door naar Buenos Aires, om met Noemi haar verjaardag te vieren. Onderweg willen we overnachten op een kleine camping in de delta van de rivieren Uruguay en Parana - een prachtig gebied van moerassen, riviertjes en bossen - maar moeten midden in de nacht vluchten, omdat we vanaf de schemering geteisterd worden door een ware muggenplaag. We houden het een paar uur vol, maar als het plafond zwart ziet van de muggen en de honden beginnen te jammeren gaan we toch maar en overnachten uiteindelijk bij een tankstation, nadat we de auto met muggengif hebben uitgespoten.
Noemi's verjaardag werd natuurlijk met een grote Argentijnse "asado" gevierd - een enorme BBQ met daarop een halve koe en een half varken - en daarna werd tot half vier gezongen onder begeleiding van gitaar en karaoke-programma.
Vanaf de rand van Buenos Aires begint de geheel geasfalteerde kustroute van Argentinie, de Ruta Tres (R3), die vanaf hier helemaal naar Vuurland loopt, 3.063 km lang. Hier gaan we de komende drie weken op en langs doorbrengen. De eerste dagen rijden we door de beroemde Argentijnse "Pampa", kilometerslange groene grasvlaktes met grazende koeien, een soort gigantische Nederlandse polder of Hongaarse poesta. Dan verandert het landschap langzaam in een steeds drogere heide. De dorpjes liggen steeds verder uit elkaar en worden steeds kleiner en onbetekenender: hier begint het gigantische, uitgestrekte Patagonie, waar nog minder mensen per km² wonen dan in Australie.
Onze eerste stop in Patagonie is bij het tweelingsstadje Viedma / Carmen de Patagones. Hier loopt bij het badplaatsje El Condor de kust steil af en steekt de vrijwel verticale kustwand zeker 100 m boven het brandschone en stille strand uit. Over een lengte van minstens 30 km heeft een papagaaienkolonie zich in deze wand genesteld en er duizenden holen in geboord, waardoor het eruit ziet als een Emmenthaler kaas. De papagaaien, prachtige beestjes met groene lijven, blauwe vleugels en felgele buiken, vliegen met honderden heen en weer en krijsen daarbij oorverdovend.
Een stuk verderop langs de kust kun je vanaf het uitzichtsplateau "La Loberia" een ca. 2000 koppige zeeleeuwenkolonie bekijken, die op de rotsen en het strand onder de kustwand leven. Hier kijken we mee hoe de zeeleeuwen vechten, paren, spelen, zwemmen en in de zon liggen te niksen, luisteren we hoe ze blaten, loeien, brullen en boeren laten en ruiken we hun penetrante Dolfinarium-geur. Een mannelijke zeeleeuw weegt gemiddeld 300 kg, een vrouwtje 100 kg. Als ze paren ligt het mannetje op het vrouwtje en drukt haar bijna plat. Het ziet er niet echt uit alsof het vrouwtje daar nou zoveel plezier aan beleeft...
Onderweg terug naar Viedma loopt er een reusachtige spin over de weg. We stappen uit om hem beter te bekijken en het blijkt een vogelspin te zijn. BRRR, mijn nekharen gaan ervan overeind staan. Later zien we er nog meer, maar we stappen mooi niet meer uit.
's Avonds weer "lomo" (filet mignon van Argentijns rundvlees) op de BBQ, want dat is in dit land goedkoper dan gehakt!
Verder gaat het door de eindeloze heide met zijn donkergroene en bruine struikjes, goudgeel wild gras en roze en paarse distelbloemen. We zien de eerste guanaco's (wilde voorouders van de gedomesticeerde llama) en nandu's (kleine struisvogels), die hier op de Patagonische heide wonen, en de eerste vos. We blijven een aantal dagen in het national park Peninsula Valdes, waar we dagenlang proberen een walvistour te boeken, maar door een aanhoudende storm kunnen de kleine bootjes het water steeds niet op. Samen met het Nederlandse stel Nander en Jolanda rijden we een ronde over het schiereiland, waar we veel guanaco's en nandu's zien en af en toe een grote roofvogel. Bij de zeeleeuwenkolonie Punta Norte scharrelt een gordeldier in de bosjes rond en komt zelfs een grijs vosje langs trippelen. Op het strand liggen wat zeeleeuwen en af en toe een zeeolifant. Zeeolifanten zijn iets groter dan zeeleeuwen en de mannetjes krijgen vanaf hun zesde jaar een soort olifantenslurfje als neus. De beesten liggen in de zon, krabben zich af en toe eens met een vinvleugel op hun buik of liggen in het water hun teenflippers te bekijken, terwijl de aalscholvers en albatrossen er omheen cirkelen. Later in het jaar komen hier de orca's jagen, ze laten zich met de vloed meedrijven en happen zo de jonge zeeleeuwen van het strand. Hoewel we de orca's wel horen (een parkwachter maakt ons op het hoge gepiep attent), zien we ze helaas niet.
Wat we wel nog zien zijn pinguins; een hele kolonie nestelt er op dit schiereiland. Ze waggelen rond langs de kust en brengen uit het water voer mee voor hun pluizige jongen, die in de nestjes onder de doornstruiken zitten te piepen. Het stinkt er oorverdovend en overal ligt vogelpoep. Af en toe buigt een van de pinguins zich voorover en spuit een grote gele kwak vogelpoep recht naar achteren, maakt niet uit wie er achter hem staat.
Op de valreep konden we toch nog met een walvistour mee: in een klein bootje met full speed de baai uit en walvissen "gejaagd". Elke keer als iemand in de verte een spuitwolk uit het water zag komen scheurde de boot erheen, zodat we de walvis konden zien als ze omhoog kwam. 100 m van de walvis vandaan moet de motor uit, "om de walvis niet te storen". Ik kreeg de indruk dat de walvis ondanks dat toch aardig gestoord van ons werd, ze maakte i.i.g. elke keer snel dat ze weer weg kwam met haar baby. In het paarseizoen zijn de walvissen niet zo schuw en springen ze ook helemaal boven het water uit, maar nu moesten de jongen beschermd worden.
In Trelew bezoeken we het prehistorische museum (Museo Paleontologico Egidio Feruglio), een van de beste ter wereld volgens de reisgids. Wij zijn er in elk geval aardig van onder de indruk. In Patagonie zijn erg veel fossielen en dinosaurier-skeletten gevonden en de mooiste staan hier uitgestald, en wel zo, dat je je er ook wat bij voor kunt stellen. Er zaten echte engerds bij, zoals een spin waarvan het lijf zonder poten al een doorsnee van 30 cm had en een vleeseter waarvan het dijbeen alleen al 2,5 m hoog was. We drinken een high tea in het Welsh dorpje Gaiman en rijden dan door naar Camarones, een Scandinavisch aandoend dorp aan de kust. Onderweg door de Patagonische hei veel vogels (patrijzen, uilen etc) gezien en een aantal "mara's", een soort konijnen op hele hoge poten. Én het eerste stinkdier, dat we inderdaad ruiken voor we het zien. In Trelew waren we Daniel en Ines (met Ines' zus Anne) weer tegengekomen, en we hadden afgesproken samen de dag erop Coen's 31e verjaardag te vieren. We rijden 's morgens naar Cabo dos Bahias, waar een 30.000-koppige pinguinkolonie op ons wacht, want Coen wilde zijn verjaardag met veel anderen vieren.
De pinguins delen hun reservaat met wat guanaco-families, die met hun "veulens" hier rondgrazen. Pinguinstelletjes lopen af en aan naar het strand, er is een ware mierenstraat van zwart-witte waggelpaartjes naar het strand ontstaan. Ouders waggelen aandoenlijk om hun pluizige jongen heen, pikken vuiltjes van hun schouders of strijken veertjes glad. Intussen zijn ook Adi en Tanja, twee Zwitsers die in twee jaar van Alaska hierheen zijn gereden, aangekomen en samen rijden we naar een mooie plek aan de kust om te kunnen BBQen. Met z'n allen maken we er een gezellige avond van. De volgende ochtend bij het ontbijt zwemmen voor ons neus in het baaitje twee zeehonden. Een vangt een vis en probeert die zwemmend op te eten, maar de vis wil niet en spartelt hevig. Twee meeuwen vliegen er op af en proberen om de beurt de vis uit de bek van de zeehond te trekken, terwijl wij geboeid toekijken. Daar kan toch geen ontbijt-TV tegenop.
We nemen afscheid en vertrekken naar het Monumento Natural Bosques Petrificados, waar we prompt Daniel en Ines weer tegenkomen. Het waait intussen al dagenlang en hoe verder we naar het zuiden gaan, hoe harder het stormt. Dit schijnt typisch te zijn voor Patagonie, waar niets groeit dat hoger is dan 20 cm en dus ook niets de wind tegenhoudt die vanaf de Andes over de uitgestrekte vlakte blaast. Het landschap rondom Bosques Petrificados ("versteende wouden") is bizar; de zandbodem heeft steeds andere kleuren, oranje, wit, geel, helder rood of 'gewoon' beige. Er staan plassen langs de kant van de weg die de kleur van het zand aangenomen hebben, en zo zie ik dus 3 eendjes in een felroze plas rondzwemmen en een gans aan de rand van een gele plas zitten. De vlakte die ons sinds Buenos Aires heeft begeleid maakt hier plaats voor een landschap van tafelbergen die of wit, of vrijwel zwart zijn. Hoe verder we van de hoofdweg afgaan, hoe desolater het landschap. De Bosques Petrificados zijn versteende boomstammen van soms wel 40 meter lang, de resten van een gigantisch bos dat hier 200 miljoen jaar geleden groeide, vóór het supercontinent Gondwana uiteenviel in Australie, Afrika, India, Antarctica en Patagonie. Bij een vulkaanuitbarsting is een deel van het bos onder een dikke laag lava-as bedolven, die samen met de regen de bomen versteenden. In de eeuwen erop verdwenen de bomen onder steeds nieuwe lagen aarde, tot ze 16 miljoen jaar geleden tijdens het ontstaan van de Andes weer omhoog werden geduwd (ter vergelijking: de oermens ontstond ca 1,8 miljoen jaar geleden). Een heel bizar idee dat deze bomen ouder zijn dan elk gebergte op aarde en dat delen van ditzelfde versteende bos ook in Australie, Afrika en zelfs Antarctica gevonden zijn. Diep onder de indruk verlaten we dit sprookjeslandschap, nadat we in het museumpje nog o.a. een stuk kleisteen met daarop de afdrukken van 150 miljoen jaar oude regendruppels en zelfs de regendruppels zelf (die van de heuvel afrollend lava-as opgenomen hebben en zo versteenden) hebben bewonderd.
Hoewel het hartje zomer is en de dagen heerlijk lang zijn (de seizoenen zijn op het zuidelijk halfrond tenslotte omgedraaid), is het hier midden op de dag meestal niet warmer dan 7°C en onderweg naar het National Park Monte Leon hadden we zelfs een aantal sneeuw- en hagelbuien. In Monte Leon is een grote cormorant-kolonie, een soort aalscholver met rode bek. Bovendien een 100-tal zeeleeuwen die wild in het water speelden en salto's sprongen alsof het dolfijnen waren en een gigantische pinguinkolonie. We overnachten tussen de guanaco's en naast een boom waarin twee puber-roofvogels op het randje van hun enorme nest op het punt staan voor het eerst uit te vliegen.
Met een klein pontje varen we de Straat van Magellan over naar (Chileens) Tierra del Fuego (Vuurland), waar de Patagonische steppe meedogenloos doorgaat. In de meertjes zien we roze flamingo's en een eind verderop galoppeert een gaucho (de Zuid-Amerikaanse versie van de cowboy) met een grote wollen poncho om zijn schouders en een wollen alpinopet op zijn hoofd. Vuurland heet Vuurland omdat de oorspronkelijke bewoners ondanks de kou alleen een lendelapje droegen en zich warm hielden met vuren, die ze overal stookten waar ze waren, zelfs in hun kano. Terug in Argentinie rijden we over een slechte onverharde weg verder naar het zuiden en ongeveer halverwege het eiland gaat de steppe ineens, zonder overgang, over in een dicht bos. De eerste paar kilometer nog een soort knoestig, vreemdgevormd en bladloos oerbos, vol behangen met mintgroene mosslierten, maar dan gaat het over in donkergroen naaldwoud. Tenminste, die delen die niet door de beverplaag (de uitgezette Europese en Noordamerikaanse bevers hadden hier geen natuurlijke vijanden, net als de konijnen die nu de oorspronkelijk hier voorkomende mara's verdrijven) zijn verwoest en als uitgestrekte vlaktes dode en kaalgeknaagde stronken over zijn gebleven. De heuvels worden steeds hoger en gaan langzaam over in de sneeuwbedekte bergen van de Fuegan Andes. We overnachten in Tolhuin aan het Fagnano-meer, een prachtig blauw meer omringd door de bergen, waar mooie houten huisjes met houtsnijwerken kozijnen aan de oever staan. Het laatste stuk van de Ruta Tres voert langs diepblauwe meren omringd door met dicht, donkergroen naaldwoud bedekte heuvels. Zo'n landschap zou je helemaal niet meer verwachten na al die honderden kilometers kale en droge steppe!
We blijven tamelijk lang in Ushuaia, de zuidelijkste stad ter wereld (1000 km zuidelijker dan Nieuw-Zeeland en 2000 km zuidelijker dan Zuid-Afrika) en een gezellig plaatsje met mooie houten huisjes en een leuk haventje in de baai waar we nog een avondje gezellig op bezoek gaan bij twee Nederlanders die om de wereld zeilen met hun boot (een Koopmans). We werken wat aan de website, wandelen wat in het National Park Tierra del Fuego (zonder honden, want die zijn verboden, maar Daniel en Ines passen op), gaan es naar de bioscoop in een oude vliegtuighangar en brengen de rest van de tijd etend en kletsend met Daniel, Ines, Anne, Adi en Tanja door. Op kerstavond is er op verschillende campings kerstdiner, waar mensen die hier rondreizen samenkomen. Een lange nacht van eten, drinken, dansen en vrolijk zijn tot 5 uur 's ochtends. De dag erop (1e kerstdag) zijn we dan ook niets waard en blijven in bed. Tweede kerstdag (precies een jaar na de verwoestende aardbeving in Bam, Iran) werd bepaald door de vreselijke berichten over de aardbeving in Indonesie en de daaropvolgende tsunami, elke dag lijkt het aantal gemelde doden te verdubbelen.
Tussen kerst en de jaarwisseling lopen we een aantal zware, maar erg mooie dagwandelingen naar gletschers, bergmeertjes en gletschers die in bergmeertjes uitmonden. Voor de jaarwisseling rijden we naar een andere camping, waar we met andere reizigers, o.a. Udo en Birgit uit Osnabrueck die we in Zarate al eens waren tegengekomen, een oudejaarsfeest houden met driegangendiner, drinken en karaoke annex latinodansen. Ook nu weer feest tot in de vroege uurtjes en de volgende dag alleen maar "uitzieken". Als we weer bijgekomen zijn lopen we onze eerste meerdaagse trek van deze trip: in twee dagen naar de "Paso de la Oveja", een mooie boswandeling naar een brede bergpas en van daaruit door een prachtige kloof weer terug naar Ushuaia. De kloof heeft schitterende hoge en steile wanden die geheel begroeid zijn met lichtgroen mos, waarlangs de watervallen in de diepte storten. Samen met Susan en Robin uit San Francisco lukt het ons het pad te vinden, dat regelmatig overwoekerd is of simpelweg verdwenen is. Na een dagje bijkomen en vooral opwarmen en opdrogen in Ushuaia rijden we terug naar het noorden en verlaten via San Sebastian met zijn mooie brede baai, waar het verschil tussen eb en vloed 11 km is (!) en je dus prachtig kunt wadlopen, Argentinie - voorlopig..
Dorrit
Als je wilt, kun je hier klikken om eerst over onze ervaringen in Chili te lezen, voor je verder gaat met het volgende deel van het reisverslag over Argentinie.
Deel 3: De Andes - I (22.01.05 - 04.02.05)
Geschreven door: Dorrit
Over een erg slechte kiezelweg - de Ruta Cuarenta (R40), die we nog honderden kilometers moeten volgen, dat belooft wat! - hobbelen we met gemiddeld 30 km/u naar het gehucht El Calafate, dat alleen bestaat van de nabijheid van de beroemde Perito Moreno gletscher. Meerdere dagen bewonderen we deze fantastische gletscher van lichtblauwe ijspunten, een van de weinige "groeiende" gletschers ter wereld en ook weer een uitloper van de gigantische ijskap Hielo Sur. Er zijn meerdere uitzichtsplateaus op een schiereiland in het gletschermeer, direkt tegenover het uiteinde van de gletscher. Dit uiteinde ziet eruit als een lichtblauwe ijswand die tot 60 m boven het water uitsteekt. Regelmatig breken er pilaren af en storten met donderend geraas in het water, daarbij metershoge fonteinen veroorzakend voor ze weer boven water komen en als lichtblauwe ijsbergen langzaam wegdrijven. Continue hoor je het ijs knallen, het klinkt alsof iemand een pistool afschiet. De blauwe kleur van het ijs ontstaat door de druk; de witte sneeuw die bovenop de ijskap valt wordt door de latere sneeuwval platgedrukt en verhardt tot ijs. Doordat de gletscher onderaf wegsmelt zakt het ijs steeds verder naar beneden en wordt steeds verder samengedrukt door de lagen erboven. Hierdoor wordt de lucht er geheel uitgeperst en weerkaatst het ijs het zonlicht zo, dat het er blauw uitziet. Je ziet aan de gletscher ook duidelijk het kleurverschil: onderaan is het ijs bijna donkerblauw, bovenaan is het veel lichter. Je kunt er uren naar kijken, steeds gebeurt er weer wat nieuws. Met dit uitzicht vieren we de geboorte van ons neefje Jesper, de tweede zoon van Roos en Roel, met echte (Argentijnse) "Champagne". Gefeliciteerd Roos en Roel!
We denken nog snel even geld te pinnen voor we naar het noordelijke deel van het National Park Los Glaciares vertrekken, maar de pinautomaten zijn allemaal buiten werking, omdat de verbinding naar dit dorp ver van alles vandaan verbroken is. Dat betekent een dag wachten tot het wisselkantoor opengaat, en dat samen met veel anderen die hier nu vastzitten. Daarna kunnen we over de Ruta 40 verder hobbelen naar El Chalten, een gehucht van drie boerderijen en een parkwachtershuisje onder de voet van het bizarre Fitz Roy massief, genoemd naar de kapitein van het schip waarmee Charles Darwin Zuid-Amerika bereisde. De geschiedenis en het uiterlijk van het bergmassief heeft veel weg van Torres del Paine, het is alleen veel toegankelijker - echter wel verboden voor honden! Je ziet het massief al honderd kilometer van tevoren opdoemen, als een stel flatgebouwen in een stad vol lage huisjes. Net als bij Torres del Paine heeft die eenzame hoogte de bergen aan de nodige erosie blootgesteld en zijn er nu alleen nog maar vreemd gevormde, gladgeslepen "stekels" over, die lichtbeige afsteken tegen de donkergrijze bergen rondom. Over elke verlaging komt een gletscher naar beneden, alsof de Hielo Sur-ijskap overloopt en de hoge bergen de ijslast maar net kunnen tegenhouden. Op een veldje met een eersteklas uitzicht vieren we Adi's verjaardag met een uitgebreide Zwitserse kaasfondue. De dagen erop maken we dagwandelingen naar de twee mooiste uitzichtspunten van dit gebergte; naar het mintgroene gletschermeertje onder de slanke naalden van Cerro Torre en naar het donkerblauwe bergmeertje aan de voet van de gladde en steile Monte Fitz Roy. Voor het laaste uitzicht moet je net als voor de Torres del Paine een 400 m hoge keienwal beklimmen, die is ontstaan uit de stenen en keien die de gletscher vroeger vanuit het dal heeft meegesleept en voor zich uitgestuwd heeft. In beide gevallen een prachtige wandeling en een uitzicht waar je mond van open valt.
We nemen afscheid van Adi en Tanja en vertrekken richting het noorden, weer over de onverharde Ruta 40, die af en toe goed te rijden is, maar meestal geen hogere snelheden dan 40 km/u toelaat. Het is echter de enige weg langs de Andes omhoog; door het zuiden van Chili zijn geen wegen en in Argentinie is er verder alleen nog de Ruta 3 langs de oostkust, ver van de Andes vandaan. Net als langs de Ruta 3 is om ons heen alleen maar Patagonische steppe. Er heerst hier een constante westewind, die heel veel regen meebrengt vanaf de Pacifische oceaan, maar vrijwel niets daarvan komt verder dan de Andes. Daardoor valt er in Chileens Patagonie aan de westkant van de Andes wel 4000 - 5000 mm neerslag per jaar, terwijl in Argentijns Patagonie de neerslag bij 200 - 400 mm blijft steken. Aan de westkant van de Andes groeien weelderige regenwouden, terwijl het oosten een droge, bruine steppe blijft. Er leeft vrijwel niemand; in 500 km passeren we misschien 5 boerderijen en één pompstationnetje, waarvan we erg blij zijn dat het bemand is en diesel heeft, want we zijn hooguit 10 auto's tegengekomen onderweg. Wat er wel leeft zijn gordeldieren, guanaco's en nandu's, die hier lekker ongestoord kunnen gedijen.
Ter hoogte van het internationale meer Lago Buenos Aires (Argentinie) / Lago General Carrerra (Chili) gaan we de grens over naar Chili, om vanuit Chile Chico via de Carretera Austral omhoog te kunnen rijden.
Dorrit
Als je wilt, kun je hier klikken om eerst over onze ervaringen in Chili te lezen, voor je verder gaat met het volgende deel van het reisverslag over Argentinie.
Deel 4: De Andes - II (14.02.05 - 13.03.05)
Geschreven door: Coen
Welkom terug beste lezer. Het is een tijdje geleden dat we het laatste verslag hebben geschreven maar hier is het dan. Hopenlijk gaat het goed met jullie allemaal.
Dit deel van het reisverslag begint in Trevelin, een stadje dat gedeeltelijk door kolonialisten uit Wales, Engeland bewoond wordt. We laten ons dan ook op valentijnsdag een typisch engelse "high tea" niet ontgaan.
Hiervandaan rijden we dan, na zoveel grintwegen, eindelijk weer over een asfaltweg naar NP Los Alerces. Dit park is bekend om z'n alerces-bomen die tot 4000 jaar oud kunnen worden. Er waren wat dagtrekkings en zo lopen we een paar dagen door bamboebos en langs vele araucariabomen. In het prehistorisch museum in Trelew, vorige maand, zagen we al 40 miljoen jaar oude fossielafdrukken van araucariabomen en nu zagen we ze dan in het echt. De infrastructuur in dit NP is ongelooflijk : gratis campings, supermarkten en zelfs een klein tankstationnetje.
De tocht gaat verder via Esquel, een stoffig maar gezellig stadje, over de inmiddels iets groenere en heuvelachtigere Ruta 40 naar El Bolson.
El Bolson ligt prachtig tussen de begroeide bergen en is omgeven door rotsige pieken waarvan er een 1 van de 6 energievelden op aarde is en daarom voor de indianen een heilige plaats is. De sfeer in het stadje heeft ook wel iets relaxed; een boerenmarkt met indiaans handwerk, een groot park en veel Argentijnse hippie's. Omdat het gebied rondom El Bolson een uitstekend wandelgebied is, besluiten we hier een 5 daagse trekking te gaan doen.
We parkeren de auto op een camping en lopen de eerste dag 1000 meter omhoog. Er is een mooi idylisch plekje om te camperen, aan een stroompje in het bos. s 'Avonds maken we een warm kampvuur en staren uren in de vlammen.
De volgende ochtend is er een steile klim naar de gletscher Hielo Azul ("blauw ijs"). Dan volgt er een pittige tocht door het bos en komen we boven een prachtige canyon met helder diepblauw water uit. We overnachten bij een estancia (grote veeboerderij) met paarden en koeien rondom de tent. Een ware shockterapie voor de honden. De eigenaar heeft eigengebrouwen bier, eigengebakken brood en groente uit de tuin. Hoera! Argentijnen wandelen zelf ook veel met hun rugzak dus er is altijd wel wat Argentijnse gezelligheid.
S' morgens worden de koeien door mestizo's (mix tussen indianen en Europeanen) te paard, met wollen poncho's en een baret op, bijeen gedreven. Ik moest denken aan het boek "Het geestenhuis" van Isabel Allende waarin beschreven wordt dat de medewerkers van estancia's niet zo lang geleden nog lijfeigenen waren.
De volgende dagen lopen we door oerbos en een heel stuk langs een rivier met een brede ondiepe bedding met witte kiezels. De rivier van mineraalwater slingert door het geheel verlaten bosrijke landschap. De laatste dag moeten we nog flink ons best doen om via een steil en stoffig pad af te dalen. Elke stap doet een wolk stof opkomen en zo zijn we helemaal beige van het stof als we beneden aankomen.
Dorrit krijgt met de honden een lift in de pick up van de campingeigenaar en we rijden dezelfde avond nog naar El Bolson terug omdat we de volgende dag ons 12 ½ jarig jubileum willen vieren.
Pfoei, toen waren er weer 10 dagen om, waar blijft de tijd. Het begon met een mailtje van Marcel met wie ik op de boot hierheen ben gekomen. Hij zou in de buurt zijn en langskomen dus dat hebben we gevierd met een paar daagjes bbq, wat uitstapjes, handwerkersmarkt en natuurlijk perensnuit. Samen met Marcel zijn we naar Bariloche, het centrum van het Lake District, gereden. En mooie tocht langs diepblauwe meren en indrukwekkende bergtoppen. In Bariloche ontmoetten we ook Adi en Tanja, met wie we in het zuiden van Argentinie zijn opgereisd, weer. Bbq dan maar weer...
Na al deze vrolijke dagen zijn we weer met z'n tweetjes en rijden we naar Colonia Suiza, een schattig oud-Zwitsers dorpje aan een groot blauw meer. We camperen aan het meer en de honden spelen met de zwerfhonden op het strand.
Een stoffige weg slingert omhoog naar Pampa Linda in het nationaalpark Nahuel Huapi en voert ons langs de mooiste uitzichtspunten over het Lake District. Blauwe en groene meren met eilandjes, omgeven door met bos begroeide heuvels.
Boven wacht er een schitterend schouwspel: van een witte gletscher breken stukken af, die een stuk lager neerkomen, verpulveren en zich met het donkergrijze gruis van de berg mengen. Hierdoor is een stuk onder de witte gletscher een tweede, zwarte gletscher ontstaan, die langzaam afkalft in een zandkleurig meer.
We wandelen wat en hebben een mooi uitzicht over 7, uit de gletscher komende watervallen. s' Avonds overnachten we bij een door populieren omgeven hacienda (grote niet-vee boerderij) die prachtig ligt in een kom tussen rotsen met hekken van verweerd grijs hardhout. Als de zon zijn laatste oranje stralen op de bergtoppen achterlaat, drijft een Gaucho zijn koeien bijeen.
We rijden weer naar beneden en vervolgen onze tocht terug naar Bariloche. Op de camping kunnen we dan ons Spaans weer opkrikken met Argentijnense campinggasten en eten we empanada's, een Argentijns nationaalgerecht van met ham/kaas of vlees/kip gevulde deegpastijtjes uit de oven.
Via de Ruta de Siete Lagos (7 meren), langs meren, watervallen, wandelroutes en natuurlijk overal picknick plaatsen met bbq mogelijkheid, rijden we naar de Chileense grens. De grensformaliteiten zijn hier weer zo onproblematisch dat we in no time weer in Chili zijn.
Coen
Als je wilt, kun je hier klikken om eerst over onze ervaringen in Chili te lezen, voor je verder gaat met het volgende deel van het reisverslag over Argentinie.
Deel 5: Het Noordwesten (14.02.05 - 13.03.05)
Geschreven door: Coen
Via een ongelooflijk steile serpentineweg kruipen we met de vrachtwagens de hoogte in, de pas over. Bovenop de pas is de grens Chili-Argentinie. Het sneeuwt een beetje en het is koud. Maar met de kachel aan, een cd-tje op en een volle tank diesel, kan ons humeur niet stuk.
Als we op 3150 meter uit de grenstunnel komen, torent de Aconcagua - met bijna 7000 m de hoogste berg op het Amerikaanse continent - voor ons op. Een mooie rondwandeling langs Laguna los Horcones ging door een gletschervallei met fantastische uitzichten over enkele Andespieken en een waanzinnig uitzicht over de half besneeuwde reus Aconcagua in al z'n glorie, bij helder weer en bij zonsondergang. Wat een mazzel.
We rijden verder naar Puente del Inca. Dit is een natuurlijke brug, uitgeslepen door een wegtrekkende gletscher en de brug is deel van de oude Incaroute.
Onder de brug bevinden zich de ruines van een voormalig thermaalbad. Omdat door een aardverschuiving het ijzerhoudende thermaalwater op en over het oude badhuis stroomt, heeft het een dikke gele korst. In de badkamers van het gebouw loopt het warme water langs de muren, spuit het overal omhoog en laat het een dikke gele kalklaag achter op de oude tegeltjes, op de kozijnen en aan de plafonds. Erg bizar.
De volgende dag rijden we richting Mendoza. Het is een schitterende route door het rauwe berglandschap met rotsen in grijs, roze en beige. Wat verder beneden staan de populieren in hun felgele herfstpracht. Weetje voor de filmfans: hier is de film "Seven years in Tibet" opgenomen.
In Mendoza blijven we een week op een camping staan. We vieren ons 3-jarig reisjubileum, luieren in de hangmat, bbq-en elke avond met Jimmi en Tascha uit Engeland, wandelen in het park met de honden en er is zelfs een drive-inn bioscoop in de buurt.
Mendoza kun je niet verlaten zonder een tochtje door het wijngebied dus we rijden een mooie tocht en bezoeken tenslotte een olijfperserij.
In San Juan nemen we afscheid van Jimmi en Tascha met een kruik boerenwijn en een laatste gitaarsessie.
Ons volgende programmapunt is de tombe van de Difunta Correa. Dit is een Argentijnse, niet door de kerk heilig verklaarde "heilige" die tijdens de burgeroorlog van 1840 haar man door de woestijn volgde en omkwam van de dorst. Vereerd wordt ze omdat ze haar kind bleef voeden terwijl ze zelf al dood was. Tegenwoordig komen er dagelijks 100-en pelgrims. Er zijn verschillende ruimtes die volstaan met ontelbare voorwerpen om de Difunta Correa te bedanken voor hun nieuwe auto, hun huis, hun gezinsgeluk en voor van alles en nogwat. Iemand heeft haar zelfs een oude T Ford geschonken.
Tijdens een van onze vele koffiepauze's onderweg komen Armin en Birte met hun zoontje Finn langsrijden die we al in Mendoza hadden ontmoet en samen met hen rijden we naar het nationaalpark Ischigualashto / Valle de la Luna. We rijden een tour langs de bizarre door wind en water uitgeslepen zandsteenformaties in allerlei kleuren. In een museum leren we veel over het opgraven en prepareren van dinosaurierfossielen en aan het eind van de dag rijden we nog door naar het volgende NP, Talampaya.
Hier boeken we een 4-uur durende tour in een pausmobiel, dat ons langs metershoge steile rotswanden, kathedraal-achtige uitgeslepen formatie's en mooie uitzichten voert.
Aan het einde van de route komen we in de verborgen stad, een meerdere km2 groot labyrint van rozerode canyons.
De weg naar de stad Catamarca gaat via de Cuesta de Miranda, een schitterende weg door een felrood rotslandschap met groene kaktussen en een strakblauwe lucht. Het rode stofpad slingert steeds hoger het rode gebergte in tot aan een pas en daarna gaat het weer naar beneden tot aan Chilecito. Hiervandaan rijden we via Catamarca naar Tucuman.
Een paar km voor de stad Tucuman zien we een grote witte rookwolk boven de stad uitkomen en als we de stad binnen rijden zien we dat de rookwolk het resultaat is van een half miljoen bbq-ende Argentijnen die vanwege 1 mei een dag vrij hebben en massaal naar het park zijn gegaan om op typisch Argentijnse wijze hun vrije dag door te brengen. We storen ons er niet aan en overnachten ook in het park. s'Morgens bekijken we de stad, ontbijten in een van de gezellige Spaanse koffiebarretjes en gaan naar het huis cq. museum waar de Argentijnse onafhankelijkheid is ondertekend.
Vanuit Tucuman rijden we de de bergen in en de omgeving verandert drastisch van droog in regenwoud. Op 2100 meter ligt het dorpje Tafi del Valle, omgeven door 4 bergen hoger dan 5000 meter en geheel gehuld in mist. Als we een plek aan een groot meer hebben gevonden trekt de mist op en we genieten in de zon van het uitzicht.
De volgende ochtend rijden we langs heuvels vol met enorme kaktussen en bezichtigen we de ruines van Quilmes. Hier woonde een 5000 koppige indianenstam die tegen vele aanvallen stand heeft gehouden maar uiteindelijk niet tegen de Spanjaarden opkon. De bevolking werd lopend naar Buenos Aires gedeporteerd en slechts een handvol overleefde deze tocht, om vervolgens in Buenos Aires aan de Europese ziektes te sterven.
Via Cafayate, waar we Jimmi en Tascha en Armin en Birte weer tegenkomen en waar we gelijk een paar dagen blijven omdat het gewoon te gezellig is, rijden we richting Salta.
Maar eerst bekijken we uitgebreid de Quebrada de Cafayate, een weg tussen de door weer en wind uitgeslepen rotsvormen. Na een wandeling rijden we de auto een droge rivierbedding in en overnachten tussen de prachtige fel rode, geel en zwart gekleurde rotsformaties.
Vlak voor Salta gaat er een weg linksaf naar een bezienswaardige pas, de Cuesta del Obispo. Onderaan rijden we nog door een groen junglegebied, dan gaan het via een paar kleine bruggetjes, langs een rivier omhoog door een rotsig berggebied. De weg slingert zich met scherpe bochten omhoog tot een pas op 3260 meter met een waanzinnig uitzicht over een decor van omringende, met mos begroeide bergtoppen. Met Armin en Birte overnachten we op een heuveltje tussen de 1000-en, metershoge kaktussen in het Nationaal park Los Cardones en een kampvuur houd ons s' avonds warm.
De smalle weg van Salta naar Jujuy gaat door een bosrijk heuvelgebied, heuvelop, heuvelaf door de dichte jungle. In Jujuy aangekomen blijkt alles dicht te zijn vanwege de siesta en we rijden naar het 15 km verderop gelegende Thermas de Reyes. De omliggende groene bergen zijn in een dichte mist gehuld en het is koud. Er is een lekker warm thermaalbad waar we de auto voor het bad kunnen parkeren. Heerlijk!
De daaropvolgende dagen brengen we in Jujuy door. We moeten exportpapieren voor de honden halen en we laten een reparatie aan de auto doorvoeren. Verder kopen en regelen we een aantal dingen omdat dit de laatste grote stad voor Bolivia is. Het thermaalbad is onze vaste overnachtingsplek tijdens deze dagen.
Het laatste stuk van Noord-Argentinie naar de Boliviaanse grens gaat langs de Quebrada de Humahuaca. Weer een schitterend gebied met bergen en rotsen in alle kleuren; felroze, bordeaurood, geel, lichtgroen, wit en rood. De weg gaat door een vallei langzaam de hoogte in, langs Purmamarca, een klein indigodorpje met lemen huisjes, een souvenirmarkt en een suikerspin-roze berg in het midden van het dorp. Het aandeel indigenas in het noorden van Argentinie is groot en er wonen hier veel Bolivianen. We stoppen nog bij de Posta de Hornillos, een karavaanserij uit 1771, een belangrijke post op de route Buenos Aires - Potosi (Bolivia) die een belangrijke rol heeft gespeeld tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van Argentinie. De Argentijnen hebben hier een Spaanse aanval van zich af weten te slaan omdat generaal Belgrano een paar duizend kaktussen als soldaten had verkleed en de Spanjaarden zo de indruk had gegeven dat zijn leger 10x zo groot was als in werkelijkheid.
Hiervandaan rijden we in een paar dagen via het leemdorpje Humahuaca - waar we de revolutieherdenking bijwonen - naar de grens met Bolivia.
Coen
Deel 6: Los Lagos - II (30.12.05 - 11.02.06)
Geschreven door: Dorrit
De grensovergang duurde lang, er kwam dit keer zelfs een drugshond aan te pas. Maar uiteindelijk mogen we toch Argentinie in en bevinden ons ook meteen in gaucho-land: uitgestrekte steppes, kuddes koeien, geiten en schapen midden op de weg, mannen met grote cowboy-hoeden die te paard gigantische kuddes opdrijven in de pampa of in oeroude Chevrolets of Cadillacs met 30 km/u over de weg rijden.
In San Martin de los Andes vieren we oudejaarsavond met Fabian, een 22-jarige "artisana", dwz een rondreizende handwerker die zijn werk op markten verkoopt. De volgende dag brengen we grotendeels in bed door, een klassiek begin van het nieuwe jaar dus ;o)
De dagen erop regent het veel en dat geeft ons de gelegenheid een aantal dingen te doen en te regelen, bv. de verscheping terug. Twee vrienden van ons zijn bereid onze auto mee te nemen als ze met Grimaldi terug naar Hamburg gaan. Dat betekent dat Coen niet mee op de boot hoeft en we samen naar huis kunnen vliegen. Half april gaat de auto in Buenos Aires op de boot en we boeken de terugvlucht voor begin mei, zodat we niet al weg zijn uit Buenos Aires als de Grimaldi-boot onverhoopt twee weken te laat vertrekt zoals op de heenweg.
Verder moeten er dingen aan de auto gebeuren, het gas is op, de WA-verzekering moet worden geregeld, reisverslagen moeten geschreven en met de latijnamerikaanse siesta (waardoor je steeds weer voor een dichte deur staat) vliegen de dagen voorbij.
Zolang het regent blijven we in San Martin en schieten lekker op in onze boekenvoorraad, maar zodra het opklaart rijden we naar het national park Lanin. Daar bezoeken we Lago (hou je vast:) Huechulafquen, een groot gletschermeer tussen groene, bosbedekte heuvels. We rijden door uitgestrekte bloemenvelden, waar groepjes wilde vogels grazen, naar het eind van het meer. Via een smalle doorgang is het meer verbonden met een kleiner meer, Lago Paimun. Daar brengen we een paar dagen door op een mooie camping aan de oever van het meer. We maken lange wandelingen door het coigue-bos (een boomsoort die alleen in Patagonie voorkomt; een prachtige knoestige boom met hele kleine lichtgroene blaadjes die in de herfst bloedrood worden), over grasgroene velden vol konijnen en langs donkergrijze strandjes van vulkaanzand aan het glasheldere water van Lago Paimun. Ook klauteren we over grote keien omhoog naar een waterval in het bos, waar je via een smal paadje onder de overhangende rots achter het vallende water kunt komen. Dat is lang geleden :o)
Het weer is intussen zodanig verbeterd (het zal nog twee maanden ononderbroken warm en droog blijven, erg ongebruikelijk voor het merendistrict) dat we voor het eerst onze opblaaskano uit kunnen pakken.
We dopen hem "Rode draak" n.a.v. zijn land van oorsprong (één keer raden) en laten hem feestelijk te water. Dan is het tijd voor de "maiden trip" op lago Paimun. De hele ochtend paddelen we rond op het meer en genieten een geweldig uitzicht over de witte, perfect symmetrische vulkaan Lanin vanaf het diepblauwe water.
We rijden terug naar San Martin, waar we Klaas en Willy (die we uit Ushuaia en La Paz kennen) ontmoeten en bezoeken dan het volgende van de tientallen meren in dit gebied: Lago Lolog. Om er te komen moeten we over smalle bospaadjes en erg zwakke houten bruggetjes rijden, maar we komen er zonder kleerscheuren aan en maken een paar uitgebreide wandelingen door het bos langs de oevers van het koningsblauwe meer. Uiteraard met uitzicht over besneeuwde Andespieken..
Via een laatste pitstop in San Martin rijden we de Ruta de 7 Lagos op, een prachtige weg die langs veel meer dan 7 meren voert en waar je elke paar kilometer kunt neerstrijken op een kampeerplek of picknickplek aan de oever van een meertje of meer. Bij een van die meren, Lago Hermoso, drinken we Chandon-champagne (de Argentijnse kopie) terwijl we midden op het meer in onze kano ronddobberen, want mijn zus Lisette is bevallen van haar zoon Kasper en dat moeten we vieren! Behalve op Lago Hermoso paddelen we nog op Lago Falkner en Lago Correntoso, maar dan zonder champus. Ruige bergtoppen omringen deze meren, die ooit door gletschers zijn gevormd en nu nog met glashelder gletscherwater zijn gevuld. We nemen uitgebreid de tijd voor de Ruta de siete lagos, stoppen bij vrijwel alle meren, leren Spaans, lezen onze boeken en Coen speelt veel gitaar. Behalve dat staan de Argentijnse medekampeerders altijd klaar voor een uitgebreid praatje over hun land en politiek, de dingen die je in elk geval nog moet gaan zien hier in de omgeving of de specialiteiten die je perse nog moet proberen. Zo is het altijd gezellig.
Langs de oevers van het gigantische Lago Nahuel Huapi rijden we naar Bariloche, het epicentrum van het tourisme in het merendistrict. Daar is alles te krijgen en na wat zoeken vinden we een prachtige plek aan de oever van het meer, direkt tegenover een klein jachthaventje waar bootjes voor anker liggen (camping Cirse, vanaf Bariloche richting Llao Llao ca 14 km). Hier kunnen we eindelijk onze gasflessen vullen (kost een volle dag!), onze schokdempers vervangen, een gebroken remschoen vervangen en onze was wegbrengen. We delen de plek op de camping met Dominik, een Muenchener waar we elke avond mee BBQen en die ons met zijn terreinwagen naar allerlei mooie achterafweggetjes en uitzichtspuntjes in de buurt rijdt.
Verder beginnen we ons langzaam op thuis voor te bereiden: we schrijven CV´s en zoeken naar banen. Ik kijk voor de grap eens op de website van de EU, maar sluip stilletjes weer weg als ik zie dat ze op de meeste vacatures tien- tot vijfentwintig-DUIZEND !!! sollicitaties krijgen. Hmm, als dat een indicatie voor de Europese arbeidsmarkt is wordt solliciteren nog niet eenvoudig.
We krijgen bezoek van Dina en Juergen, een Belgisch-Duits stel dat we in India al eens waren tegengekomen en die nu ook in Zuid-Amerika onderweg zijn.
Tussendoor vertrekken we nog een weekje naar Chili om een trekking te doen in NP Puyehue. Hier zijn we vorig jaar tijdens een trekking naar de vulkaan Puyehue aardig verregend, maar nu is het prachtig weer, dus wagen we het er nog eens op.
Uiteraard kom je niet zomaar Chili binnen met je honden, dus moeten we eerst Bariloche in op zoek naar veterinaire dienst (SENASA) en dierenarts (aan te bevelen: Fusswinkel, 1 straat van de SENASA vandaan). Onderweg naar Chili strijken we nog een nachtje neer op een mooi klein campinkje aan de oever van het meer. Daar staan we we aan een paradijsachtig kiezelstrandje, waar grote populieren half in het water groeien en koelte en schaduw bieden.
Dorrit
Als je wilt, kun je hier klikken om eerst over onze ervaringen in Chili te lezen, voor je verder gaat met het volgende deel van het reisverslag over Argentinie.
Deel 7: Afscheid (14.02.06 - 02.05.06)
Geschreven door: Dorrit
Met Guido en Brenda brengen we nog een paar hele relaxte dagen in Bariloche door, voordat zij verder gaan richting Buenos Aires. Na hun vertrek wandelen we nog wat in de omgeving van Bariloche, waar ze een speciale boomsoort hebben die een rood met witte stam heeft ("arrayanes" voor wie het precies weten wil). Vervolgens brengen we een paar dagen door met Udo en Birgit, het stel dat onze auto als "handbagage" meeneemt op de Grimaldi-boot naar huis, zodat onze auto niet op het vrachtdek hoeft waar bijna elke auto wordt opengebroken. We zoeken een eenzaam strandje aan een van de mooie blauwe meren op en BBQen of ons leven ervan afhangt.
Terug in Bariloche moeten we met Shimal naar de dierenarts, want hij heeft tijdens het rennen door het bos iets in zijn oog gekregen en dat moet er onder narcose uitgehaald worden. Blijkt een aardige splinter te zijn. Op onze stamcamping is het seizoen ten einde en is de campingeigenaar druk bezig de honden weg te jagen die in de loop van de zomer door hun baasjes op de camping zijn achtergelaten...
Onderweg naar El Bolson kamperen we nog een nachtje aan de Rio Manso, aan een zandstrandje omgeven door populieren. In de wild stromende, glasheldere rivier springen om de haverklap forellen op uit het water, tegen een achtergrond van donkere bossen en witte bergpieken.
In El Bolson ontmoeten we Matthias en Melanie, met wie we een lang weekend alleen maar eten, drinken en kletsen. We hebben het er zo druk mee, dat we haast vergeten naar de beroemde artisania-markt van het dorp te gaan. Omdat het slecht weer begint te worden willen we naar de oostkust rijden, waar het nog een stuk warmer is dan hier. We overnachten nog een keertje in Bariloche, dit keer aan de haven met mooi uitzicht over het meer, dat nu net zo loodgrijs is als de lucht. 's Nachts gebruikt de jeugd van de stad het haventerrein om races te houden met hun 60er jaren Chevrolets en natuurlijk is het weer raak: een van die idioten steekt achteruit en ramt onze auto. We springen uit bed en zien nog net hoe ze hard wegrijden. We rijden er achteraan, en zien ze bij de eerste lantarenpaal stilstaan en onder het licht hun eigen schade bekijken. Ben je dan dom! We dreigen met schadeclaims en spreken dan - nadat we hebben gezien dat de schade zich tot het blik beperkt en ze waarschijnlijk toch te arm zijn om te betalen - af dat we samen naar de politie gaan. Natuurlijk scheuren ze er zo snel mogelijk vandoor.
Onderweg naar de oostkust komen we in de Patagonische steppe in een onwijze zandstorm terecht, waardoor je onder niet meer van boven kunt onderscheiden: alles is een beige-bruine mist. We hebben misschien 20 meter zicht en 's avonds zit alles onder een dikke laag bruine stof.
De provincie Buenos Aires (waar de gelijknamige hoofdstad middenin ligt) ziet eruit als de Noordfranse provincie: eindeloze graan- of zonnebloemvelden tussen rijen populieren en af en toe een grote boerderij. Er blijken in dit gebied veel Nederlanders en Denen te wonen, die zich hier natuurlijk uitstekend thuis voelen. In het schattige stranddorpje Claromeco strijken we een weekje neer om van het mooie weer en het prachtige, brede en lege strand te genieten. We maken uitgebreide wandelingen met de honden en zoeken naar banen op het internet. Het dorpje is nu buiten het seizoen heerlijk rustig en relaxed en de mensen zijn erg aardig. Op een dag ligt er een zeeleeuw op het strand, die een nogal zieke en vermoeide indruk maakt. Volgens een van de soldaten van de marinebasis komen hier af en toe oude zeeleeuwen naar het strand die zich van de kudde hebben afgescheiden om in alle rust te sterven. Dat laatste kan deze wel vergeten; de hele dag staan er mensen omheen die foto's proberen te maken, het liefst van zo dichtbij mogelijk. Het beest brult en laat zijn tanden zien als ze al te dichtbij komen, maar echt storen doet het de mensen niet.
We rijden door naar de stad Necochea, waar we een cursus Spaans doen om het Spaans dat we onderweg hebben opgepikt een beetje structuur te geven.
Twee weken lang gaan we elke ochtend om 8 uur naar Julieta, krijgen daar drie uur les en na een uitgebreide ronde met de honden over het strand of door het bos doen we de rest van de middag ons huiswerk. Het strand is hier een stuk smaller en drukker dan in Claromeco en omdat je hier met je auto op het strand mag en iedereen dat ook doet is het strand op drukke dagen net een autosnelweg. Het bos is echter heerlijk rustig en uitgestrekt. Af en toe gaan we 's avonds naar de bioscoop of eten we wat met Julieta en op zondag laat ze ons de highlights van Necochea zien, zoals de duinen, de haven en de rivier. Necochea maakt niet echt een rijke indruk, de infrastructuur en veel huizen zijn nogal vervallen en de brug die bij een overstroming 25 jaar geleden half is weggeslagen is nooit gerepareerd of opgeruimd. Ook het wrak van het zeeschip dat er toen tegenaan geslagen is, ligt er nog te roesten. Ca. 1 km stroomopwaards wordt intussen een nieuwe brug gebouwd..
Na 2,5 week nemen we afscheid van Julieta, die ons zo gastvrij heeft ontvangen en ons zoveel heeft laten zien, en gaan verder naar de belangrijkste badplaats van Argentinie: Mar del Plata. In deze grote stad lopen we een ronde door het centrum en bekijken de pittoresque haven, die helemaal vol met feloranje houten visserscheepjes ligt. Terwijl de vissers hun netten schoonmaken zwemmen de zeeleeuwen rondjes om hun boten, wachtend op het visafval. Een eindje verderop in de haven is een zeeleeuwenkolonie op een braakliggend stukje land achter een hek. Minstens 200 zeeleeuwenmannetjes (er zijn geen vrouwtjes bij) liggen op en over elkaar heen, het is er veel te vol. Veel dieren zitten onder de (bijt)wonden en in de hoek ligt een dood dier te rotten. Het stinkt er oorverdovend. Mensen staan achter het hek en proberen door roepen, aan het hek rammelen of zelfs door dingen naar de zeeleeuwen te gooien een reactie uit te lokken die het goed doet op de foto of de video. Een stuk verderop is het scheepskerkhof, dat vol halfgezonken, roestende oude schepen ligt. Een aantal zeeleeuwen heeft zich hier, waar nog ruimte is en geen mensen kunnen komen, op het dek van een halfgezonken vissersboot geinstalleerd.
Het volgende station op onze kustroute is Villa Gesell. Zowel het dorpje als het bos eromheen zijn 150 jaar geleden aangelegd door een Duitse immigrant namens Gesell en het is nu een strandoord voor de rijken, die hier dure villa's bouwen.
Echt genieten van Villa Gesell kunnen we echter niet: we krijgen een mail van Udo en Birgit dat Grimaldi onze auto niet mee wil nemen!!
Zoals gezegd hadden we met Udo en Birgit - die samen met hun auto op de boot terug naar Hamburg gaan - afgesproken dat zij ook onze auto mee zouden nemen. Het voordeel daarvan is dat de auto als handbagage meegaat en op een speciaal, afgesloten dek komt te staan, omdat er bij Grimaldi zoveel wordt geroofd en ingebroken. Een service aan de meereizende passagiers als het ware. In december hadden we bij Grimaldi nagevraagd of passagiers ook een auto mee konden nemen die niet van hun was en dat kon. In januari is er geboekt en betaald en alles was helemaal in orde. Nu, 8 dagen voor de boot vertrekt, stuurt Grimaldi ons een mailtje dat passagiers alleen hun eigen autos mee mogen nemen. En dat onze auto gecancelled is. We schrikken ons rot en racen zo snel we kunnen naar Buenos Aires, waar we gelukkig bij Noemi kunnen logeren en van daaruit naar de Grimaldi-agent kunnen gaan. Die vertelt ons dat het de week erop Semana Santa (heilige week, de week voor Pasen) is en dat er dus nog maar 3 werkdagen voor het vertrek van de boot zijn. We bellen ons suf, maar Grimaldi houdt vast aan zijn contractbreuk en de agent in Duitsland begint al meteen als hij onze naam hoort over advocaten en gerechtsverhandelingen in Napoli (waar Grimaldi gevestigd is). Onze enige kans om onze auto nog voor ons eigen vertrek uit Argentinie weg te krijgen is als een haas te regelen dat hij toch nog als vracht meegaat op de boot. Dat is niet alleen veel duurder, maar vooral vervelend is dat de auto dan op het vrij toegankelijke vrachtdek komt te staan. Veel keus hebben we echter niet. De dagen voor het vertrek van de boot gaan op aan het barricaderen van de ramen en deuren van de camper en het regelen van de papieren.
Voor het inklaren van de auto hebben we een hele dag gereserveerd en dat is maar goed ook. Om 9 uur staan we aan de haven en worden eerst naar een ander deel van de haven gestuurd. Daar worden we weer teruggestuurd naar het eerste deel en zo is het eerste uur al om. Het verkeer is namelijk een gekkehuis die dag, omdat het metropersoneel staakt. Na lang wachten worden we eindelijk bij de douane binnengelaten en presenteren de documenten waarvan de Grimaldi agent had gezegd dat we ze mee moesten brengen. De kopieen van Coen's paspoort hadden echter gewaarmerkt moeten worden, iets wat de agent niet had gezegd. We worden weggestuurd naar de Nederlandse ambassade, midden in de stad. Met de taxi door de verkeerschaos gekropen en op het opgegeven adres uitgestapt. Daar bleek de ambassade van Israel te zijn. Nog een keer in de taxi gestapt, dit keer met het juiste adres, en nog een keer door de verkeerschaos gekropen, naar een plek dichtbij de haven... aaahrg. Intussen is de ochtend al om. De ambassade is gelukkig nog net open en we worden meteen geholpen. Voor EUR 30 (!) wordt er een brief gemaakt die de kopieen "waarmerkt" en we kunnen weer in de taxi. Volledig gestresst bij de douane aangekomen staan we voor een dichte deur waarop staat dat de douane tot half drie met siesta is. Om drie uur komt de douanier eens aanlopen en Noemi moet een hele discussie met de rij wachtenden voor ons voeren voor we voorgelaten worden. Eindelijk hebben we de douanepapieren en kunnen we met het inklaren beginnen. Het is intussen half vijf. Het inklaren blijkt via talloze loketten te gaan, waar steeds weer blijkt dat we toch nog een ander formulier nodig hebben dat we bij het vorige loket niet gekregen hebben. Eindelijk - om vijf voor vijf - komen we bij de terminal aan waar we de auto kunnen afgeven. Daar blijken toch nog twee formulieren te ontbreken, en het havenpersoneel gaat om 5 uur naar huis. Er wordt gesmeekt en gebeden, want dit is de laatste dag waarop we de auto kunnen inklaren en als dat niet nu gebeurt, kan de auto niet meer op de boot mee. De inlader krijgt medelijden en belooft te wachten. Om kwart over vijf staat hij er inderdaad nog met zijn team en na de laatste inspectie mag de auto naar binnen! Hoera! Maar wat een dag..
De weken die volgen brengen we door met het kopen van de laatste souvenirs, het bekijken van de stad, het zoeken naar banen op het internet, het schrijven van dit reisverslag en het regelen van de hondenpapieren. 's Avonds koken Noemi en Sergio Braziliaanse of Argentijnse specialiteiten (inderdaad, halve koeien op de BBQ) en Coen Nederlandse gerechten.
We bezoeken onder andere de begraafplaats van Recoleta. Recoleta is de rijke wijk van Buenos Aires (hier woont de familie van Maxima) en de begraafplaats is een van de plekken om je rijkdom te tonen. Het ene grafmonument is nog imposanter en luxer dan het andere. Het zijn soms complete minitempeltjes of -kerkjes.
Ook erg luxe is Puerto Madero, waar in de gerenoveerde pakhuizen nu luxe restaurants en dure hotels huizen. Hier is ook de Nederlandse ambassade, gevestigd aan het oranje geschilderde "Plaza de la Reina de Holanda" (het plein van de koningin van Nederland). Juichen de Argentijnen niet een beetje te vroeg?
Met Noemi zijn we een dagje met een luxe touristentreintje naar de rivierendelta Tigre gegaan. De stationnetjes zijn mooi opgeknapt en er zijn handwerkmarktjes en luxe restaurants, maar tussen de stations in is de armoede toch wel zichtbaar. Zichtbaar is die ook in de normale trein vanuit de wijk waar Noemi woont naar het centrum. Er worden hele shows opgevoerd door blinden, doven en mensen met maar een been om een beetje geld bij elkaar te sprokkelen om van te kunnen bestaan.
In de weekenden bezoeken we de verschillende handwerkmarkten die de stad rijk is, vooral die van de oude tangowijk San Telmo is een belevenis. Op het Plaza Dorrego wemelt het van de stalletjes met ouwe zooi (veel dat volgens mij op Europese rommelmarkten is gekocht), en tango-kitsch. "Porquerias" ("waarommetjes") worden dat soort aankopen door de bewoners van Buenos Aires genoemd :o) Maar het is erg kleurrijk en de tangoshows die in de straatjes eromheen worden gegeven zijn heel leuk om naar te kijken. Ook erg kleurrijk is de havenwijk La Boca, in elk geval de twee touristenstraatjes. De rest van de wijk is vooral erg arm. Ik was er anderhalf jaar geleden al eens geweest, maar Coen en de fotocamera nog niet, dus hebben we er een dagje rondgeslenterd en de sfeer op ons in laten werken.
Coen gaat tenslotte nog met Sergio en diens neef Mariano naar een voetbalwedstrijd van hun favoriete club Argentina Juniors tegen een van de twee beste clubs van Argentinie; River Plate. Een gigantisch stadion vol erg opgehitste fans, die het bekijken minstens zo waard zijn als de wedstrijd.
En dan is het alweer tijd afscheid te nemen, niet alleen van Noemi en Sergio, maar ook van Argentinie, Zuid-Amerika en... onze reis!
Morgen stappen we in het vliegtuig naar Europa en vanaf dat moment is onze mooie, lange reis ten einde!
Het maakt ons erg weemoedig, hoewel we ons er wel erg op verheugen onze familie en vrienden weer te zien.
Het waren 4 fantastische jaren, waarin we een schat aan indrukken hebben opgedaan, veel geleerd hebben en ontzettend veel aardige en gastvrije mensen hebben ontmoet, die onze reis tot een geweldige ervaring hebben gemaakt.
We hopen dat jullie veel plezier aan onze reisverslagen hebben beleefd en wensen iedereen die dit leest veel geluk en veel (reis)plezier!
Hasta la vista!
Dorrit en Coen
THE END
|
 |
|
 |
 |
 |
 |
Onze top 6: |
 |
 |
1. Noordwest Arg.
2. Iguazu
3. Fitz Roy
4. Perito Moreno
5. Peninsula Valdes
6. Bosques Petrif.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
TIP |
 |
 |
Anders dan in de reisgidsen staat is er geen camping in NP Iguazu.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
TIP |
 |
 |
Op de avonden rond volle maan zijn er tours in NP Iguazu naar de duivelskeel.
Deze tours zijn echter niet gratis, zoals door LP wordt beweerd, maar kosten 15 A$ (EUR 5).
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
TIP |
 |
 |
Als je je ticket voor Iguazu aan het eind van de dag laat afstempelen, kun je de dag erop voor de halve prijs het park in.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
TIP |
 |
 |
Aan de R3 tussen San Miguel de Monte en Las Flores (ca 1 dag ten zuiden van Buenos Aires) is een ACA-tankstation met een mooie gratis camping.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
TIP |
 |
 |
Ten zuiden van Sierra Grande aan de R3 begint Patagonie en kost de benzine een stuk minder dan ten noorden ervan. Diesel blijft echter even duur.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Chileens Tierra del Fuego |
 |
 |
De hoofdroute van San Sebastian naar Cerro Sombrero is erg slecht.
Je kunt echter vanuit San Sebastian de goede weg richting Porvenir nemen en dan afslaan op de goede weg naar Bahia Azul.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Honden verboden: |
 |
 |
1. NP Tierra del Fuego
2. FitzRoy (Los Glaciares-N)
3. NP Los Alerces
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Glaciar Perito Moreno: |
 |
 |
Voor 10:00 u 's morgens kun je je auto direkt achter het uitzichtsplatform bovenaan parkeren, overnachten mag je op de parking 2 km van de gletscher vandaan (wel bij het restaurant vragen).
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
El Chalten: |
 |
 |
Direkt achter het parkwachtgebouw is een gratis campingveldje met perfect uitzicht op de FitzRoy-range.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
San Juan: |
 |
 |
Het museum in La Laja boven San Juan is niet meer, dus ga er niet naar zoeken zoals wij gedaan hebben.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Jujuy: |
 |
 |
Fantastisch eten kun je bij Riky´s in Yala, net ten noorden van Jujuy aan de Ruta 9 naar Humahuaca.
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Jujuy: |
 |
 |
In Jujuy kun je je gasflessen laten vullen bij Gas Fac-Or, Las Heras/Cuyo, Jujuy, tel: 4257855
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|